21 21000000834 2007...18:09

In Istanbul – Laveren op de golven van de migratie

Spring naar reacties

Na twee dagen op de boot over de Zwarte Zee gevaren te hebben, met zicht op niets dan de zon en een enkele dolfijn, varen we bij het ochtendgloren Istanbul binnen. Onze Turkse ´slapie´ uit de slaapcoupé schudt ons opgewonden wakker: ´de Bosporus is in zicht – kom gauw kijken!´ Hij glundert van trots als hij ons de beide kusten van zijn stadsrivier toont.

Eenmaal aangekomen op de Europese oever van Istanbul vragen we ons af: hoe gaat dat – samenleven op het ´knooppunt van de wereldgeschiedenis´?

Onze oude reisgenoot, Abraham Kuyper, bewondert in zijn boek omstandig de prachtige bosrijke oevers en de ´overstelpende weelde van menselijken kunst´, maar is vooral onder de indruk van de geschiedkundige impact van deze plaats.

´Aan de Bosporus spreekt zich tegelijk de tegenstelling én de éénheid van beide werelddeelen uit. Hier huwen ze zonder een ogenblik hun eigen aard te verliezen. De historie van ons menschelijk leven, en het motief voor die historie, ze liggen hier getypeerd.´ Hoe is het om tegenwoordig in zo´n historische stad te leven?

Leven in de potpourri

Het verhaal gaat dat Byzas, de ´aartsvader´van het Byzantijnse rijk, op zoek was naar een plaats om een stad te vestigen. Hij bezocht het Orakel van Delphi en kreeg daar te horen dat hij zijn stad ´tegenover het land der blinden´ moest bouwen. Toen hij later over de Bosporus voer met zijn mannen, zag hij daar het dorp Chalcedon liggen, aan de Aziatische zijde van de Gouden Hoorn, waar de Bosporus overgaat in de Zee van Marmara. Hij wist toen dat zijn queeste voltooid was: de Chalcedoniers moesten wel blind zijn dat ze de mogelijkheden en de natuurlijke pracht van de Europese kant van de Bosporus niet inzagen. Hij vestigde dus aan de Europese zijde zijn stad en bouwde van daar uit aan een rijk dat zijn weerga niet kent. Istanbul´s oorsprong was dus relatief overzichtelijk – links de blinde Aziaten, rechts de slimme Europeanen. Karakoy (Chaldecon) is als wijk nog steeds intact en het eerste dat we daar zien is een op blinden ingerichte oversteekplaats. Toch heeft de geschiedenis deze overzichtelijkheid flink heen en weer geschud.

Al in Kuyper´s tijd, een eeuw geleden, was Istanbul niet meer overzichtelijk in twee continenten te scheiden. De stad was, in Kuypers woorden, een ´potpourri van eindeloos uiteenlopende uitademingen van het bonte menschelijk leven´. De (Osmaanse) Turken heersten er weliswaar, maar gaven er niet de toon aan. De verschillende volken die in Constantinopel waren neergestreken woonden zelfs elk in verschillende wijken.

Laveren op de golven van de migratie

De immigratiegolf vanuit het Turkse achterland richting Istanbul heeft de bevolking nog eens 10 maal doen groeien sinds 1905. De golf bracht duizenden conservatieve, gelovige gezinnen van het Turkse platteland naar de kosmopolitische wereldstad. De immigratiegolf richting West-Europa en de Satellietgolven van de schotelantennes (die even talrijk zijn als bij ons thuis in Amsterdam-West’ brachten bovendien het Westerse leven in de huiskamers van iedereen in plaats van alleen de ontwikkelde elite.

Het gevolg van deze ontwikkelingen is dat niemand zich nog echt thuis lijkt te voelen in een stad vol ruines van beschavingen. Ahmed kwam uit het Duitse Karlsruhe terug naar Istanbul omdat hij dacht dat hij zijn thuisland miste. Nu werpt hij mistroostig zijn hengeltje uit in de ´Gouden Hoorn´ (waar de Bosporus in de Zee van Marmara stroomt).

We wijzen hem op de prachtige omgeving waarin hij staat. `Ik wil weer terug naar Kalsruhe. Het is hier misschien mooi, maar de straat en de lucht zijn zó vuil en de mensen zijn alleen maar met hun eigen familie bezig´, werpt hij tegen. Hij werkt in een Duitstalig callcenter, gevestigd aan de Bosporus uit ´kostenoverwegingen´. Globale flex-werkers als hij zijn alleen op papier flexibel. Net als ieder mens zoekt hij één plaats om zijn hoofd te ruste te leggen en in vrijheid zijn geliefde naasten te ontmoeten. Zowel zijn huis als zijn naasten lijken ergens tussen Karlsruhe en Istanbul verloren gegaan.

De Turkse Nobelprijswinnende schrijver Orhan Pamuk schrijft er prachtig over in Istanbul – herinneringen en de stad (2003).  ´De mensen in de buitenwijken, waarover men zo meedogenloos objectief zegt dat er ´kinderen van tien wonen die de Bosporus nog nooit hebben gezien´, voelen zich geen Istanbuler en (…) werken nauwelijks een nieuw beeld uit van de stad…´

Voor Pamuk overheerst de weemoed van het leven in een stad die al lang niet meer de trotse hoofdstad is die het was en waarvan vooral de ruines en bouwwerken veel bekijks trekken. Hij wijst erop dat Hüzün – het Turkse woord voor weemoed – al 200 jaar het meest voorkomende thema was in de Turkse poë zie en muziek.

Toch berust niet iedereen in de weemoed. We ontmoeten in het volgende weblog Özge Açıkkol -  bedenker van het ODA Project.  

Reageer